gems
zelfstandig naamwoordBetekenis
- In de Alpen levende soort berggeit
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Rupicapra rupicapra klein, uiterst behendig, geitachtig hoefdier dat leeft in de hooggebergtes van Europa en West-Azië, met aan de top naar achteren gekromde hoorns en twee donkere strepen langs de kop
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemsjes | verkleinwoord, meervoud |
| gemzen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘in de Alpen levende soort berggeit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1515.
Woordfamilie van gems
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemsje | verkleinwoord | gems |
| gemsjes | verkleinwoord meervoud | gems |
| gemzen | meervoud | gems |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gems zijn vastgelegd.