gemak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- op een rustige en eenvoudige manier
- zonder spanning of angst
- zonder al teveel moeite
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gemakjes | verkleinwoord, meervoud |
| gemakken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kalmte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Woordfamilie van gemak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemakje | verkleinwoord | gemak |
| gemakjes | verkleinwoord meervoud | gemak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemak zijn vastgelegd.