gehoorzaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zaal voor voordrachten, colleges, muziekuitvoeringen enz
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gehoorzaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gehoorzaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| gehoorzalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gehoor en zaal
Woordfamilie van gehoorzaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehoorzaaltje | verkleinwoord | gehoorzaal |
| gehoorzaaltjes | verkleinwoord meervoud | gehoorzaal |
| gehoorzalen | meervoud | gehoorzaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehoorzaal zijn vastgelegd.