gehoorapparaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Hoorapparaat. Toestel voor slechthorenden om het gehoor te versterken.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gehoorapparaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gehoorapparaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| gehoorapparaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gehoor en apparaat
Woordfamilie van gehoorapparaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehoorapparaatje | verkleinwoord | gehoorapparaat |
| gehoorapparaatjes | verkleinwoord meervoud | gehoorapparaat |
| gehoorapparaten | meervoud | gehoorapparaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gehoorapparaat zijn vastgelegd.