gasketel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gasgestookte ketel voor het verwarmen van water voor de centrale verwarming
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gasketels | meervoud |
| gasketeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gasketeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gas en ketel
Woordfamilie van gasketel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gasketels | meervoud | gasketel |
| gasketeltje | verkleinwoord | gasketel |
| gasketeltjes | verkleinwoord meervoud | gasketel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gasketel zijn vastgelegd.