galerij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een overdekte gang, gaanderij
- museum- of tentoonstellingszaal, vooral voor schilderijen (schilderijengalerij) of beeldhouwwerken (beeldengalerij)
- een zaak waar kunstwerken verkocht worden en kleine tentoonstellingen plaatsvinden, galerie
- de hoogste en goedkoopste plaatsen in de schouwburg of theater
- een verzameling gelijksoortige objecten die worden getoond (b.v. op een computer) fotogalerij, portretgalerij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| galerijen | meervoud |
| galerijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| galerijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zuilengang’ voor het eerst aangetroffen in 1538
Woordfamilie van galerij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| galerijen | meervoud | galerij |
| galerijtje | verkleinwoord | galerij |
| galerijtjes | verkleinwoord meervoud | galerij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van galerij zijn vastgelegd.