Naar de inhoud

funderen

een fundering aanbrengen

funderen

werkwoord

Betekenis

  1. een fundering aanbrengen
  2. overdrachtelijk een stel beweegredenen formuleren die als grondslag van iets dienen

werkwoord

  1. een stel beweegredenen formuleren die als grondslag van iets dienen figuratively, transitive

Vervoeging van funderen

funderenhele werkwoord — fundeerdeverleden tijd enkelvoud — fundeerdenverleden tijd meervoud — gefundeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fundeer fundeerde
jij fundeert fundeerde
hij, zij, het fundeert fundeerde
wij funderen fundeerden
jullie funderen fundeerden
zij funderen fundeerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gefundeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefundeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefundeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefundeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefundeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefundeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefundeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefundeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fundeer gebiedende wijs
fundeerde verleden tijd
fundere aanvoegende wijs
funderend onvoltooid, deelwoord
gefundeerd verleden tijd, deelwoord
gefundeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefundeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefundeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefundeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefundeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefundeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefundeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefundeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefundeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefundeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefundeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefundeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefundeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefundeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefundeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefundeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefundeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefundeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te funderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefundeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen funderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gefundeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefundeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefundeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gefundeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gefundeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefundeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefundeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefundeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefundeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefundeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefundeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefundeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefundeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt funderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefundeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen funderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefundeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefundeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult funderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefundeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grondvesten’ voor het eerst aangetroffen in 1331

Woordfamilie van funderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fundeer gebiedende wijs funderen
fundeerde verleden tijd funderen
fundeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon funderen
fundeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon funderen
fundere aanvoegende wijs funderen
gefundeerd voltooid deelwoord funderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van funderen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over funderen

Wat betekent funderen?
Funderen is een werkwoord. Het woord betekent: een fundering aanbrengen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je funderen?
Je vervoegt funderen als volgt: de tegenwoordige tijd is fundeer, de verleden tijd is fundeerde en het voltooid deelwoord is gefundeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord funderen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. U 4
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

funderen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. U 2
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

funderen in het kort

funderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van funderen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort funderen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

funderen: een fundering aanbrengen
Deel funderen — standaardnederlands.nl