functioneren
werkwoordBetekenis
- ~ als een bepaalde functie vervullen
- in staat zijn de gebruikelijke taken te vervullen
Vervoeging van functioneren
functionerenhele werkwoord — functioneerdeverleden tijd enkelvoud — functioneerdenverleden tijd meervoud — gefunctioneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | functioneer | functioneerde |
| jij | functioneert | functioneerde |
| hij, zij, het | functioneert | functioneerde |
| wij | functioneren | functioneerden |
| jullie | functioneren | functioneerden |
| zij | functioneren | functioneerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| functioneer | gebiedende wijs |
| functioneerde | verleden tijd |
| functionere | aanvoegende wijs |
| functionerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefunctioneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefunctioneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefunctioneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefunctioneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefunctioneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefunctioneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te functioneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefunctioneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen functioneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefunctioneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen functioneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult functioneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefunctioneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse fonctionner (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van functioneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| functioneer | gebiedende wijs | functioneren |
| functioneerde | verleden tijd | functioneren |
| functioneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | functioneren |
| functioneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | functioneren |
| functionere | aanvoegende wijs | functioneren |
| gefunctioneerd | voltooid deelwoord | functioneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van functioneren zijn vastgelegd.