folio
zelfstandig naamwoord ˈfolijoBetekenis
- blad papier ter grootte van een half vel (210 × 330 mm)
- boekformaat ter grootte van een half vel
- blad van een handschrift, boek of register
- blad
- een papierformaat van gedrukte boeken en documenten
Hoe spreek je folio uit?
/ˈfolijo/
Folio bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| folio's | meervoud |
| foliootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| foliootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘boekformaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van folio
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| folio's | meervoud | folio |
| foliootje | verkleinwoord | folio |
| foliootjes | verkleinwoord meervoud | folio |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van folio zijn vastgelegd.