fnuiken
werkwoordBetekenis
- verminderen, saboteren
- in de kiem smoren
Vervoeging van fnuiken
fnuikenhele werkwoord — fnuikteverleden tijd enkelvoud — fnuiktenverleden tijd meervoud — gefnuiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fnuik | fnuikte |
| jij | fnuikt | fnuikte |
| hij, zij, het | fnuikt | fnuikte |
| wij | fnuiken | fnuikten |
| jullie | fnuiken | fnuikten |
| zij | fnuiken | fnuikten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefnuikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefnuikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefnuikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefnuikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefnuikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefnuikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefnuikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefnuikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fnuik | gebiedende wijs |
| fnuike | aanvoegende wijs |
| fnuikend | onvoltooid, deelwoord |
| fnuikte | verleden tijd |
| gefnuikt | verleden tijd, deelwoord |
| gefnuikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefnuikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefnuikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefnuikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefnuikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefnuikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefnuikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefnuikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefnuikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefnuikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefnuikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefnuikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefnuikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefnuikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefnuikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fnuiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefnuikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fnuiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefnuikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefnuikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefnuikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefnuikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefnuikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefnuikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefnuikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefnuikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefnuikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fnuiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fnuiken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefnuikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefnuikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefnuikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘beknotten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1613
Woordfamilie van fnuiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fnuik | gebiedende wijs | fnuiken |
| fnuike | aanvoegende wijs | fnuiken |
| fnuikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fnuiken |
| fnuikte | verleden tijd | fnuiken |
| fnuikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fnuiken |
| gefnuikt | voltooid deelwoord | fnuiken |
| gefnuikte | woordvorm | fnuiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fnuiken zijn vastgelegd.