fluctuatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (meestal kleine) schommeling
zelfstandig naamwoord
- schommeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fluctuaties | meervoud |
| fluctuatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fluctuatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het schommelen’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Woordfamilie van fluctuatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fluctuaties | meervoud | fluctuatie |
| fluctuatietje | verkleinwoord | fluctuatie |
| fluctuatietjes | verkleinwoord meervoud | fluctuatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fluctuatie zijn vastgelegd.