flemerij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tot eigen voordeel iemand overmatig en ongemeend loven en prijzen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flemerijen | meervoud |
| flemerijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flemerijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van flemen met het achtervoegsel -erij
Woordfamilie van flemerij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flemerijen | meervoud | flemerij |
| flemerijtje | verkleinwoord | flemerij |
| flemerijtjes | verkleinwoord meervoud | flemerij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flemerij zijn vastgelegd.