filibuster
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- vrijbuiter
- langdurige toespraak als vertragingstactiek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| filibusters | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van filibusteren
- gebiedende wijs van filibusteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van filibusteren
Vervoeging van filibuster
filibusterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘obstructie door eindeloze redevoeringen’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van filibuster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| filibusters | meervoud | filibuster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van filibuster zijn vastgelegd.