fietsknooppuntennetwerk
zelfstandig naamwoord ˈfitsknopʏntəˌnɛtwɛrᵊkBetekenis
- een netwerk van verschillende fietsroutes die via knooppunten (meestal kruispunten van fietspaden) met elkaar verbonden zijn
Hoe spreek je fietsknooppuntennetwerk uit?
/ˈfitsknopʏntəˌnɛtwɛrək/
Fietsknooppuntennetwerk bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| t | tak |
| s | sok |
| k | kat |
| n | nek |
| o | boot |
| p | pak |
| ʏ | put |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| w | quiz |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietsknooppuntennetwerken | meervoud |
| fietsknooppuntennetwerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietsknooppuntennetwerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fietsknooppunt en netwerk met het invoegsel -en-
Woordfamilie van fietsknooppuntennetwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietsknooppuntennetwerken | meervoud | fietsknooppuntennetwerk |
| fietsknooppuntennetwerkje | verkleinwoord | fietsknooppuntennetwerk |
| fietsknooppuntennetwerkjes | verkleinwoord meervoud | fietsknooppuntennetwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsknooppuntennetwerk zijn vastgelegd.