fietskaart
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gedetailleerde wegenkaart waarop vooral de fietspaden zijn aangegeven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietskaarten | meervoud |
| fietskaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietskaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en kaart
Woordfamilie van fietskaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietskaarten | meervoud | fietskaart |
| fietskaartje | verkleinwoord | fietskaart |
| fietskaartjes | verkleinwoord meervoud | fietskaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietskaart zijn vastgelegd.