femel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- kwezel
- mannelijke hennep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| femels | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van femelen
- gebiedende wijs van femelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van femelen
Vervoeging van femel
femelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mannelijke hennep’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van femel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| femels | meervoud | femel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van femel zijn vastgelegd.