feestvarken
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de persoon waarvoor het feest gevierd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feestvarkens | meervoud |
| feestvarkentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| feestvarkentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van feest en varken
Woordfamilie van feestvarken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feestvarkens | meervoud | feestvarken |
| feestvarkentje | verkleinwoord | feestvarken |
| feestvarkentjes | verkleinwoord meervoud | feestvarken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feestvarken zijn vastgelegd.