feesttent
zelfstandig naamwoord /'festɛnt/Betekenis
- een tent die ontworpen is voor gebruik tijdens een feest of een evenement
Hoe spreek je feesttent uit?
/ˈfestɛnt/
Feesttent bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| e | veel |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feesttenten | meervoud |
| feesttentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| feesttentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van feest zn en tent zn
Woordfamilie van feesttent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feesttenten | meervoud | feesttent |
| feesttentje | verkleinwoord | feesttent |
| feesttentjes | verkleinwoord meervoud | feesttent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feesttent zijn vastgelegd.