feestdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dag waarop feest gevierd wordt
- jaarlijks terugkerende erkende gedenkdag die gevierd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feestdagen | meervoud |
| feestdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| feestdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van feest ww en dag
Woordfamilie van feestdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feestdagen | meervoud | feestdag |
| feestdagje | verkleinwoord | feestdag |
| feestdagjes | verkleinwoord meervoud | feestdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feestdag zijn vastgelegd.