feestelijk
bijvoeglijk naamwoord ˈfestələkBetekenis
- als bij een feest
Hoe spreek je feestelijk uit?
/ˈfestələk/
Feestelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| e | veel |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| feestelijke | verbogen, stellende trap |
| feestelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| feestelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| feestelijkers | partitief, vergrotende trap |
| feestelijks | partitief, stellende trap |
| feestelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| feestelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van feest met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van feestelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| feestelijke | verbogen vorm | feestelijk |
| feestelijker | vergrotende trap | feestelijk |
| feestelijkere | verbogen vergrotende trap | feestelijk |
| feestelijkers | partitieve vergrotende trap | feestelijk |
| feestelijks | partitive, positive | feestelijk |
| feestelijkst | uninflected, superlative | feestelijk |
| feestelijkste | inflected, superlative | feestelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van feestelijk zijn vastgelegd.