fasedraad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de draad die samen met de z.g. 'nuldraad', de stroom van en naar de aangesloten apparatuur brengt, in een schema meestal aangeduid met de letter L
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fasedraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fasedraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| fasedraden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fase en draad
Woordfamilie van fasedraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fasedraadje | verkleinwoord | fasedraad |
| fasedraadjes | verkleinwoord meervoud | fasedraad |
| fasedraden | meervoud | fasedraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fasedraad zijn vastgelegd.