fascineren
werkwoordBetekenis
- iemands aandacht vasthouden
Vervoeging van fascineren
fascinerenhele werkwoord — fascineerdeverleden tijd enkelvoud — fascineerdenverleden tijd meervoud — gefascineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fascineer | fascineerde |
| jij | fascineert | fascineerde |
| hij, zij, het | fascineert | fascineerde |
| wij | fascineren | fascineerden |
| jullie | fascineren | fascineerden |
| zij | fascineren | fascineerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gefascineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefascineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefascineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefascineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefascineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefascineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefascineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefascineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fascineer | gebiedende wijs |
| fascineerde | verleden tijd |
| fascinere | aanvoegende wijs |
| fascinerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefascineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefascineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefascineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefascineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefascineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefascineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefascineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefascineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefascineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefascineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefascineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefascineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fascineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefascineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fascineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefascineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fascineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fascineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefascineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘sterk boeien’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van fascineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fascineer | gebiedende wijs | fascineren |
| fascineerde | verleden tijd | fascineren |
| fascineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fascineren |
| fascineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fascineren |
| fascinere | aanvoegende wijs | fascineren |
| gefascineerd | voltooid deelwoord | fascineren |
| gefascineerde | woordvorm | fascineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fascineren zijn vastgelegd.