faro
zelfstandig naamwoord ˈfaroBetekenis
- zwaar Belgisch bier met een zoetige smaak
- vuurtoren
Hoe spreek je faro uit?
/ˈfaro/
Faro bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| r | rood |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| faro's | meervoud |
| farootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| farootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘Zuid-Nederlandse biersoort’ voor het eerst aangetroffen in 1528
Woordfamilie van faro
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| faro's | meervoud | faro |
| farootje | verkleinwoord | faro |
| farootjes | verkleinwoord meervoud | faro |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van faro zijn vastgelegd.