farmer
zelfstandig naamwoord ˈfɑrmərBetekenis
- eigenaar of pachter van een grootschalig landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boeren in het buitenland
- boer, boerin
- boer
Hoe spreek je farmer uit?
/ˈfɑrmər/
Farmer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| farmers | meervoud |
Herkomst
Ongewijzigd overgenomen uit het Engels, jaartal van eerste optekening onbekend
Woordfamilie van farmer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| farmers | meervoud | farmer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van farmer zijn vastgelegd.