fakir
zelfstandig naamwoord 'fakirBetekenis
- soefistische en soms ook hindoeïstische asceet die vooral voorkomt in India
- wondermensen die vaak optreden als goochelaar
- in de Islam, iemand die geen inkomen of bezittingen heeft, in aanmerking voor het ontvangen van een deel van de zakat.
Hoe spreek je fakir uit?
/ˈfakir/
Fakir bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| k | kat |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fakirs | meervoud |
| fakirtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fakirtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Arabisch of frans, in de betekenis van ‘boetende bedelmonnik’ voor het eerst aangetroffen in 1788
Woordfamilie van fakir
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fakirs | meervoud | fakir |
| fakirtje | verkleinwoord | fakir |
| fakirtjes | verkleinwoord meervoud | fakir |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fakir zijn vastgelegd.