erker
zelfstandig naamwoord /ˈɛrkər/Betekenis
- uitbouw aan een gevel waardoor een kamer boven de straat of tuin uitspringt, vaak met veel ramen zodat er meer licht in de kamer valt
Hoe spreek je erker uit?
/ˈɛrkər/
Erker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erkers | meervoud |
| erkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| erkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uitbouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Woordfamilie van erker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erkers | meervoud | erker |
| erkertje | verkleinwoord | erker |
| erkertjes | verkleinwoord meervoud | erker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erker zijn vastgelegd.