Naar de inhoud

enerveren

op de zenuwen werken

enerveren

werkwoord

Betekenis

  1. op de zenuwen werken

Vervoeging van enerveren

enerverenhele werkwoord — enerveerdeverleden tijd enkelvoud — enerveerdenverleden tijd meervoud — geënerveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik enerveer enerveerde
jij enerveert enerveerde
hij, zij, het enerveert enerveerde
wij enerveren enerveerden
jullie enerveren enerveerden
zij enerveren enerveerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
enerveer gebiedende wijs
enerveerde verleden tijd
enervere aanvoegende wijs
enerverend onvoltooid, deelwoord
er is geënerveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geënerveerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geënerveerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geënerveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geënerveerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geënerveerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geënerveerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geënerveerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geënerveerd verleden tijd, deelwoord
geënerveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geënerveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geënerveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geënerveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geënerveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geënerveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geënerveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geënerveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geënerveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geënerveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geënerveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te enerveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geënerveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen enerveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt enerveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geënerveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen enerveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult enerveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geënerveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘op de zenuwen werken’ voor het eerst aangetroffen in 1903

Woordfamilie van enerveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
enerveer gebiedende wijs enerveren
enerveerde verleden tijd enerveren
enerveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon enerveren
enerveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon enerveren
enervere aanvoegende wijs enerveren
geënerveerd voltooid deelwoord enerveren
geënerveerde woordvorm enerveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van enerveren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over enerveren

Wat betekent enerveren?
Enerveren is een werkwoord. Het woord betekent: op de zenuwen werken.
Hoe vervoeg je enerveren?
Je vervoegt enerveren als volgt: de tegenwoordige tijd is enerveer, de verleden tijd is enerveerde en het voltooid deelwoord is geënerveerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord enerveren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. N 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

enerveren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. N 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

enerveren in het kort

enerveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van enerveren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort enerveren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

enerveren: op de zenuwen werken
Deel enerveren — standaardnederlands.nl