elf
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈɛlᵊfBetekenis
- 11, het getal tussen tien en twaalf
- dat wat in een (rang)ordening met 11 is aangeduid
- groep van 11 eenheden
- mythologisch wezen dat meestal over bovennatuurlijke krachten beschikt,
- vriendelijke natuurgeest, meestal in de gedaante van een meisje met vleugels
- geheel getal groter dan tien en kleiner dan twaalf: in Arabische cijfers 11, in Romeinse cijfers XI
Hoe spreek je elf uit?
/ˈɛləf/
Elf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] | canonical |
Woordfamilie van elf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elfder | woordvorm | elf |
| elfen | meervoud | elf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elf zijn vastgelegd.