elevator
zelfstandig naamwoord 'ɛləvetərBetekenis
- los-, hijs- of zuiginrichting voor steenkolen, ertsen, zand, meel, erwten, graan
- lift
Hoe spreek je elevator uit?
/ˈɛləvetər/
Elevator bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| v | vis |
| e | veel |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| elevatoren | meervoud |
| elevators | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van eleveren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van elevator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elevatoren | meervoud | elevator |
| elevators | meervoud | elevator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van elevator zijn vastgelegd.