eerste
rangtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈerstəBetekenis
- de nummer één van een rij
- de beste
- Eerste Kamer: dat deel van de volksvertegenwoordiging dat verkozen is door de provinciale staten
- eerste minister: de voorzitter van de ministerraad, de premier
- de nummer één in een rij
Hoe spreek je eerste uit?
/ˈerstə/
Eerste bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
rangtelwoord — ordinal
- nummer één in een rij, reeks e.d.
- beste figuratively
Verbuiging en vervoeging (rangtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 1e |
zelfstandig naamwoord — masculine
- nummer één in een volgorde
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands eerste / eerst van Oudnederlands erist, als telwoord aangetroffen vanaf 1100; op te vatten als afgeleid van een bijwoord dat zich ontwikkelde tot eer vw met het achtervoegsel -der, "meest vooraan in een reeks"
Woordfamilie van eerste
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eersten | meervoud | eerste |
| eerstes | meervoud | eerste |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eerste zijn vastgelegd.