Betekenis
- systeem voor het verzenden van berichten via een computernetwerk
- bericht dat verstuurd is via e-mail
Hoe spreek je e-mail uit?
/ˈimel/
E-mail bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| m | maan |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| e-mails | enkelvoud |
| e-mailtje | verkleinwoord, tweede persoon |
| e-mailtjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| – | verkleinwoord, eerste persoon |
| – | verkleinwoord, enkelvoud |
| – | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
- gebiedende wijs van e-mailen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van e-mailen
Vervoeging van e-mail
e-mailhele werkwoord
Herkomst
van Engels email, in de betekenis van ‘elektronische post’ voor het eerst aangetroffen in 1991; behandeld als samenstelling van e bn "elektronisch" en mail zn "post" , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.H
Woordfamilie van e-mail
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| e-mails | enkelvoud | |
| e-mailtje | verkleinwoord, 2e persoon | |
| e-mailtjes | verkleinwoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van e-mail zijn vastgelegd.