duplicator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat voor het vervaardigen van duplicaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| duplicatoren | meervoud |
| duplicators | meervoud |
| duplicatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| duplicatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van dupliceren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van duplicator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duplicatoren | meervoud | duplicator |
| duplicators | meervoud | duplicator |
| duplicatortje | verkleinwoord | duplicator |
| duplicatortjes | verkleinwoord meervoud | duplicator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duplicator zijn vastgelegd.