druipen
werkwoordBetekenis
- het vallen van druppels
- het produceren van druppels
- het laten vallen van druppels verf als schildertechniek
Vervoeging van druipen
druipenhele werkwoord — droopverleden tijd enkelvoud — dropenverleden tijd meervoud — gedropenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druip | droop |
| jij | druipt | droop |
| hij, zij, het | druipt | droop |
| wij | druipen | dropen |
| jullie | druipen | dropen |
| zij | druipen | dropen |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| droop | verleden tijd |
| druip | gebiedende wijs |
| druipe | aanvoegende wijs |
| druipend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedropen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gedropen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gedropen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gedropen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gedropen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gedropen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gedropen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gedropen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedropen | verleden tijd, deelwoord |
| gedropen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedropen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedropen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedropen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedropen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedropen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedropen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedropen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gedropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te druipen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn gedropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen druipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt druipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen druipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult druipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘in druppels neervallen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van druipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| droop | verleden tijd | druipen |
| dropen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | druipen |
| druip | gebiedende wijs | druipen |
| druipe | aanvoegende wijs | druipen |
| druipt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | druipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van druipen zijn vastgelegd.