drevel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een stalen pen met holle punt die gebruikt wordt om draadnagels (spijkers) iets in het hout te verzinken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drevels | meervoud |
| dreveltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dreveltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drevelen
- gebiedende wijs van drevelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drevelen
Vervoeging van drevel
drevelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘drijfijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1384
Woordfamilie van drevel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drevels | meervoud | drevel |
| dreveltje | verkleinwoord | drevel |
| dreveltjes | verkleinwoord meervoud | drevel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drevel zijn vastgelegd.