dreef
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een weg waarlangs men vroeger een kudde vee van het dorp naar het open veld dreef
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dreefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dreefjes | verkleinwoord, meervoud |
| dreven | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van drijven
Vervoeging van dreef
dreefhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘brede landweg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van dreef
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreefje | verkleinwoord | dreef |
| dreefjes | verkleinwoord meervoud | dreef |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dreef zijn vastgelegd.