dons
zelfstandig naamwoordBetekenis
- fijne veren die onder de taaiere buitenveren zitten, vaak gebruikt als vulstof voor kussens, dekbedden en slaapzakken
- lichte beharing van een jongeman
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| donsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord don
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| donsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘pluizig haar’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van dons
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donsje | verkleinwoord | dons |
| donsjes | verkleinwoord meervoud | dons |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dons zijn vastgelegd.