donor
zelfstandig naamwoord 'donɔrBetekenis
- gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
- een atoom dat een elektron afstaat (- halfgeleiders)
Hoe spreek je donor uit?
/ˈdonɔr/
Donor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| n | nek |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een atoom dat een elektron afstaat (-> halfgeleiders)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donoren | meervoud |
| donors | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gever van bloed, organen e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1947
Woordfamilie van donor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donoren | meervoud | donor |
| donors | meervoud | donor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van donor zijn vastgelegd.