donormoeder
zelfstandig naamwoord 'donɔrmudərBetekenis
- een vrouw die voor anderen (de wensouders) (al dan niet tegen betaling) een kind draagt en baart, doorgaans een paar dat zelf geen kinderen kan krijgen
Hoe spreek je donormoeder uit?
/ˈdonɔrmudər/
Donormoeder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| n | nek |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| m | maan |
| u | boek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donormoeders | meervoud |
| donormoedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| donormoedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van donor en moeder
Woordfamilie van donormoeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donormoeders | meervoud | donormoeder |
| donormoedertje | verkleinwoord | donormoeder |
| donormoedertjes | verkleinwoord meervoud | donormoeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van donormoeder zijn vastgelegd.