doch
voegwoord /dɔx/Betekenis
- nevenschikkend voegwoord dat een contrasterend verband uitdrukt (formeler dan maar)
- jawel, toch wel
- maar (voegwoord), echter, doch
Hoe spreek je doch uit?
/dɔx/
Doch bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
Klinkt hetzelfde als dog.
Herkomst
In de betekenis van ‘nevenschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100