discus
zelfstandig naamwoord /ˈdɪskʏs/Betekenis
- een zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen
- werpschijf.
- discuswerpen.
- chakram.
- discusvis.
- (Laatlatijn) rond bord, genoemd naar zijn vormelijke gelijkenis met een discus
- de schijf van een zonnewijzer.
Hoe spreek je discus uit?
/ˈdɪskʏs/
Discus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| discusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| discusjes | verkleinwoord, meervoud |
| discussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘werpschijf’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van discus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| discusje | verkleinwoord | discus |
| discusjes | verkleinwoord meervoud | discus |
| discussen | meervoud | discus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van discus zijn vastgelegd.