diffusie
zelfstandig naamwoord dɪ'fyziBetekenis
- verbreiding (verspreiding) van een aantal deeltjes (in een vloeistof, gas of vaste stof)
- ongelijkmatige terugkaatsing van warmte- of lichtstralen, verstrooiing
Hoe spreek je diffusie uit?
/dɪˈfyzi/
Diffusie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| y | fuut |
| z | zon |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diffusies | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vermenging (van vloeistoffen), verstrooiing (van stralen)’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Woordfamilie van diffusie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diffusies | meervoud | diffusie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diffusie zijn vastgelegd.