Naar de inhoud

denderen

met dreunend geluid zich voortbewegen of trillen

denderen

werkwoord

Betekenis

  1. met dreunend geluid zich voortbewegen of trillen
  2. (van contacten die van stand veranderen:) meerdere malen trillen alvorens de eindstand te bereiken

werkwoord

  1. meerdere malen trillen alvorens de eindstand te bereiken absolute

Vervoeging van denderen

denderenhele werkwoord — denderdeverleden tijd enkelvoud — denderdenverleden tijd meervoud — gedenderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dender denderde
jij dendert denderde
hij, zij, het dendert denderde
wij denderen denderden
jullie denderen denderden
zij denderen denderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dender gebiedende wijs
denderde verleden tijd
dendere aanvoegende wijs
denderend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedenderd verleden tijd, deelwoord
gedenderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedenderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedenderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedenderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedenderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedenderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedenderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedenderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedenderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te denderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedenderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen denderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt denderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedenderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen denderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult denderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedenderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘dreunend schokken’ voor het eerst aangetroffen in 1876

Woordfamilie van denderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dender gebiedende wijs denderen
denderde verleden tijd denderen
denderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon denderen
dendere aanvoegende wijs denderen
dendert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon denderen
gedenderd voltooid deelwoord denderen
gedenderde woordvorm denderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over denderen

Wat betekent denderen?
Denderen is een werkwoord. Het woord betekent: met dreunend geluid zich voortbewegen of trillen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je denderen?
Je vervoegt denderen als volgt: de tegenwoordige tijd is dender, de verleden tijd is denderde en het voltooid deelwoord is gedenderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord denderen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

denderen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

denderen in het kort

denderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van denderen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort denderen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

denderen: met dreunend geluid zich voortbewegen of trillen
Deel denderen — standaardnederlands.nl