delegatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een klein aantal mensen als vertegenwoordigers van een grote groep, afvaardiging, vertegenwoordigig
- (staatsrecht) overdracht van (een deel van een) bevoegdheid of verantwoordelijkheid door een persoon of orgaan (de delegant) aan een ander (de delegataris), meestal hiërarchisch ondergeschikt persoon of orgaan
- overneming van een schuld door de oorspronkelijke schuldenaar (de delegant) aan een derde (de gedelegeerde of overnemer)
zelfstandig naamwoord
- overdracht van (een deel van een) bevoegdheid of verantwoordelijkheid door een persoon of orgaan (de delegant) aan een ander (de delegataris), meestal hiërarchisch ondergeschikt persoon of orgaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| delegaties | meervoud |
| delegatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| delegatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit Frans délégation ‘afvaardiging; schuldoverneming’, ontleend aan Latijn dēlegātiō ‘id.’, afleiding van dēlegāre.
Woordfamilie van delegatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| delegaties | meervoud | delegatie |
| delegatietje | verkleinwoord | delegatie |
| delegatietjes | verkleinwoord meervoud | delegatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van delegatie zijn vastgelegd.