deemstering
zelfstandig naamwoord ˈdemstərɪŋBetekenis
- de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
- tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
Hoe spreek je deemstering uit?
/ˈdemstərɪŋ/
Deemstering bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| m | maan |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- fase tussen dag en nacht, waarin het niet volledig licht of donker is
- gedeelte van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deemsteringen | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands deemsteringhe, op te vatten als afgeleid van deemsteren ww met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van deemstering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deemsteringen | meervoud | deemstering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deemstering zijn vastgelegd.