decoder
zelfstandig naamwoord di'kodərBetekenis
- apparaat of softwarematige functie die een gecodeerd signaal omzet in een bruikbaar signaal
Hoe spreek je decoder uit?
/diˈkodər/
Decoder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| k | kat |
| o | boot |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| decoders | meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van decoder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| decoders | meervoud | decoder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decoder zijn vastgelegd.