dealer
zelfstandig naamwoord ˈdiːlərBetekenis
- een verkoper (meestal) van één merk auto's
- een drugshandelaar
- een beurshandelaar: een dealer is een member van de beurs die uitsluitend voor eigen rekening en risico mag handelen.
- een croupier: iemand die de kaarten verdeelt in een casino
- een handelaar
- handelaar; drugshandelaar
Hoe spreek je dealer uit?
/ˈdilər/
Dealer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- verkoper (meestal) van één merk auto's
- drugshandelaar
- beurshandelaar: een dealer is een member van de beurs die uitsluitend voor eigen rekening en risico mag handelen.
- croupier: iemand die de kaarten verdeelt in een casino
- handelaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dealers | meervoud |
| dealertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dealertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘handelaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931
Woordfamilie van dealer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dealers | meervoud | dealer |
| dealertje | verkleinwoord | dealer |
| dealertjes | verkleinwoord meervoud | dealer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dealer zijn vastgelegd.