dagzaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ruimte waarin mensen overdag kunnen verblijven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagzaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dagzaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| dagzalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en zaal zn
Woordfamilie van dagzaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagzaaltje | verkleinwoord | dagzaal |
| dagzaaltjes | verkleinwoord meervoud | dagzaal |
| dagzalen | meervoud | dagzaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagzaal zijn vastgelegd.