dagwerk
zelfstandig naamwoord 'dɑxwɛrkBetekenis
- werk dat je de hele dag doet; het dagelijkse werk
- de eenheid die overeenkomt met de hoeveelheid turf die een turfploeg gemiddeld per dag kon steken; 10.000 turven; 9000 kg of 50 m3 droge turf
- werk dat overdag gedaan wordt
Hoe spreek je dagwerk uit?
/ˈdɑxwɛrk/
Dagwerk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- de eenheid die overeenkomt met de hoeveelheid turf die een turfploeg gemiddeld per dag kon steken; 10.000 turven; 9000 kg of 50 m³ droge turf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagwerken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en werk zn
Woordfamilie van dagwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagwerken | meervoud | dagwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagwerk zijn vastgelegd.