dagwand
zelfstandig naamwoord 'dɑxwɑntBetekenis
- de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen; 1/3 hectare; 3300 m2
Hoe spreek je dagwand uit?
/ˈdɑxwɑnt/
Dagwand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| w | quiz |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen; 1/3 hectare; 3300 m²
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagwanden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag zn en wand zn
Woordfamilie van dagwand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagwanden | meervoud | dagwand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagwand zijn vastgelegd.