dagschotel
zelfstandig naamwoord 'dɑxsxotəlBetekenis
- buiten de vaste kaart per dag verschillend, compleet gerecht in restaurants, voor een relatief lage prijs
Hoe spreek je dagschotel uit?
/ˈdɑxsxotəl/
Dagschotel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| s | sok |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dagschotels | meervoud |
| dagschoteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dagschoteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van dag en schotel
Woordfamilie van dagschotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dagschotels | meervoud | dagschotel |
| dagschoteltje | verkleinwoord | dagschotel |
| dagschoteltjes | verkleinwoord meervoud | dagschotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagschotel zijn vastgelegd.